Dansen met de vijand – De zeldzame weg van Roosje Glaser naar Zweden – Hoe waar is het boek?

Roosje in Robertshöjd

Volgende E-Mail ging 10 maart 2025 aan de Uitgeverij Cargo.

Geachte redactie,

dat Roosje Glaser met alle middelen getracht heeft te overleven en met de waarheid niet kieskeurig was, daarvan maakt het boek geen geheim. Mijn vraag aan U en aan Paul Glaser, hoe waar is het boek?

Ik kan de waarheid van het hele boek niet beoordelen maar wel van de periode na Auschwitz tot Zweden. Ik heb me meerdere jaren intensief met de evacuatie van vrouwen naar Zweden beziggehouden. Vrouwen die hoofdzakelijk uit Ravensbrück en uit buitenkampen van Neuengamme bevrijd werden. De beschrijving van dit traject in “Dansen met de vijand” loopt parallel met de geschiedenis van de “Philips- en Diamant vrouwen”. De overeenkomst bestaat uit de plaatsen Porta-Westfalica, Beendorf, Hamburg en Deense grens en de datums vertrek van Hamburg en aankomst in Malmö. De rest is volledig anders met details die doen denken aan de reis van de vrouwen uit Ravensbrück naar Zweden, niet uit Hamburg naar Zweden. Niet alles moet zo afgelopen zijn zoals het in de bestaande gegevens van de evacuatie naar Zweden bekend is maar het verhaal van Roosje Glaser bevat gebeurtenissen die niet ongemerkt kunnen zijn gebleven. Vier mensen die tussen Hamburg en de Deense grens omkwamen. We hebben de gegevens van de doden die tijdens de evacuatie aan de grens aankwamen in de kerkboeken van de Deense gemeente Bov, de vier zijn daar niet te vinden.

De Scene aan de Deense grens waar Duitse soldaten uitgewisseld worden. Concentratiekampgevangene worden uitgewisseld tegen Duitse krijgsgevangenen op Duits en op Duits bezet gebied. Dit is het meest ongeloofwaardige maar er zijn een reeks verdere details in deze geschiedenis die niet waar of zeldzaam zijn, zie een uitvoeriger beschrijving in aanhang.

Bij voorbaat dank voor Uw antwoord. Dat wat van de beschrijving van de evacuatie van Roosje Glaser met de waarheid standhoudt, wil ik graag in mijn onderzoek opnemen.

 

Hoofdstuk: Op weg naar de bevrijding

 Geheel onverwacht komt het Zweedse Rode Kruis. Dat mag pakketten afgeven aan de poort van het kamp voor de Scandinavische gevangenen, vooral Deense en Noorse politiemensen. Die hadden, anders dan de Nederlandse politie, van meet af aan geweigerd met de bezetters mee te werken en landgenoten op te pakken, waardoor ze zelf werden opgepakt en naar Duitsland afgevoerd.

Commentaar: Dit betreft Ravensbrück. De “Witte Bussen” die begin april 1945 de Noorse en Deense vrouwen afhaalden waren met 5000 pakketten en maandverband voor de Franse vrouwen in Ravensbrück aangekomen. In Ravensbrück waren geen Deense en Noorse Politiemensen. De Duitsers hebben de Deense politie en grensbewaking ontwapend als de Deense regering in augustus 1944 de samenwerking met de Duitsers beëindigde. Daarna werd een gedeelte van de Deense politie en grenswacht in het najaar 1944 naar Duitsland gedeporteerd, grotendeels naar het kamp Buchenwald. Na verhandelingen met de Gestapo-chef Kaltenbrunner werd dit deel van de Deense gevangen in maart en begin april 1945 met Deense “Witte Bussen” naar Denemarken teruggehaald. Er is geen sprake van een algemene weigering van de Deense politie met de bezetting mee te werken.

We worden weer in de vrachtwagen geladen en vertrekken richting Hamburg. Althans, dat dachten we. Tot onze verbazing belanden we in de zoutmijnen bij Bergen-Belsen. Telefunken heeft daar een fabriek en we moeten lampen monteren.

Commentaar: Telefunken duidt op het Neuengamme buitenlager “Porta-Westfalica” en zoutmijnen duidt op het buitenlager “Beendorf” bij Helmstedt. Roosje kan vanaf Porta-Westfalica de weg van de Nederlandse Philipsvrouwen gevolgd zijn, d.w.z. Porta-Westfalica, Beendorf, Hamburg, Zweden.

Na een dagenlange reis over slechte wegen vol kuilen en enkele omleidingen over het platteland komen we aan in het werkkamp Wandsbeck [Wandsbek], dat onderdeel is van concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg.

Commentaar: De Philipsvrouwen noemden de verschrikkelijke treinreis van Beendorf naar Hamburg de “Moordtrein”. Misschien reisde Roosje in een geprivilegieerde conditie (ziekenwagon?). Dat er eind april 1945 auto’s voor gevangene ter beschikking stonden is onwaarschijnlijk.

Op 30 april 1945 worden we om zes uur ’s avonds geselecteerd en ons groepje wordt naar het centraal station van Hamburg gebracht. Het zijn allemaal Scandinaviërs. Alleen Martha en ik hebben een andere nationaliteit. Dan realiseer ik mij ineens dat ik me in Ravensbrück voor Deense had uitgegeven. Ik ben dat blijven doen, want het Zweedse Rode Kruis zet zich voor Scandinaviërs in.

Commentaar: Het treintransport van Hamburg naar de Deense grens met ongeveer 3000 vrouwen waaronder de Philipsvrouwen startte avonds de 30ste April 1945 vanaf het station Hamburg Eidelstedt. Op die dag waren er echter geen Scandinavische gevangenen meer in Hamburg. Dat er gelijktijdig een groepje naar het station Hamburg Hauptbahnhof loopt is onwaarschijnlijk.

Hoofdstuk: De bevrijdende dans

Commentaar: Hier volgt een verslag van de reis van Hamburg naar Zweden dat niet past in de bestaande documentatie. Het enige dat past is de aankomstdatum in Kopenhagen namelijk 4 mei 1945. De ongeveer 3000 vrouwen uit Hamburg zijn 3 en 4 mei 1945 in Malmö aangekomen. Volgens de registratie in Zweden is Rosa Glaser 4 mei aangekomen.

Er komen twee vrachtwagens aanrijden met Zweedse nummerborden en wit geschilderde dekzeilen waarop rode kruizen staan.

Commentaar: De laatste voertuigen van de Zweedse reddingsactie “Witte Bussen” verlieten Lübeck richting Zweden op 28 april 1945. De laatste Deense voertuigen die in Duitsland onderweg waren passeerden de Deense grens vroeg op 1 mei 1945, voeren naar Kiel en keerden dezelfde dag terug naar Denemarken.

De leider van het Zweedse Rode Kruis loopt naar de Duitse bewakers en overhandigt papieren.

Commentaar: Na het einde van de actie “Witte Bussen” op 28 april waren alleen nog de Zweedse artsen Arnoldsson en Stenström in Duitsland. Arnoldsson was op weg naar Schwerin om de gewonde Hallquist op te halen en Stenström was in Lübeck. Het treintransport van de 3000 van Hamburg naar de Deense grens was georganiseerd door Obersturmbannführer Franz Göring, niet door het Zweedse Rode Kruis.

 Eén keer kwam de beschieting zo snel, geruisloos en onverwacht over de aangrenzende bosrand aanvliegen, dat er geen tijd was om uit de wagen te springen en dekking te zoeken. Twee gevangenen werden gedood en drie raakten gewond, onder wie de chauffeur. Na een oponthoud van enkele uren waarin we de gewonden verzorgen, kunnen we verder.

Commentaar: Dit lijkt op de beschietingen tijdens de evacuatie van Ravensbrück naar Zweden op 25 en 26 april. Dat er vijf dagen later nog eens vier gevangene gedood en een chauffeur gewond werd waar tot nog toe niemand van gehoord heeft, is hoogst onwaarschijnlijk.

Na drie dagen bereiken we de grens. Daar staan nog meer wagens van het Zweedse Rode Kruis te wachten. We zijn nog niet echt vrij, realiseer ik me. Eerst moeten we nog uitgeruild worden tegen andere gevangenen. Gevangenen uit de kampen tegen Duitse soldaten die bij de bevrijding van Noorwegen en Denemarken krijgsgevangen zijn gemaakt.

Commentaar: Pure onzin. Drie dagen na 30 april, dus op 2 of 3 mei 1945. Een dag voor de aankomst in Malmö. Het uitruilen van Duitse soldaten op Duits- en Duits bezet gebied. De Weermacht capituleerde 5 mei in Denemarken en 8 mei 1945 in Noorwegen. Na de doorreis van de 3000 aan de Deense grens op 2 mei waren de quarantaine stations van Krusaa en Padborg verlaten. De laatste Zweedse bussen waren een week eerder de grens gepasseerd.

Vervolgens komen we in een gebouw waar de Deense autoriteiten ons nieuwe papieren geven. Het is een soort voorlopige identiteitskaart. In Duitsland had ik me overal onder de naam Crielaars laten inschrijven, omdat Jacob mij dat adviseerde. Nu ik werkelijk vrij ben geef ik weer mijn eigen naam op: Glacér.

Commentaar: Dit was waarschijnlijk in Zweden. In Denemarken werd niet geregistreerd.

Twee dagen later, op 4 mei, komen we in Kopenhagen aan. De rit erheen is op wat kleine hindernissen na goed verlopen. Iedereen is opgewekt. Weg zijn de beklemmende angst, kou, honger en geschreeuw. Alleen de stank van onze eigen lijven is er nog, maar dat deert niemand. We zijn vrij. Dat is het belangrijkste. De zeildoeken waarmee de vrachtauto was afgesloten zijn opengeslagen.

Commentaar: Roosje is hoogstwaarschijnlijk samen met de 3000 per trein van Padborg naar Kopenhagen gereisd. Waarom parallel een lange reis in vrachtauto’s?

In de namiddag gaan we aan boord van een schip. Dat brengt ons naar de overkant, naar de Zweedse stad Malmø. We krijgen een echt diner. Het is moeilijk om in je smerige, afgesleten kampkleren plotseling een ‘lady’ te zijn. Ik zit daar en word bediend… eet met vork en mes. Als we aanmeren worden we begroet door een grote menigte. Ik zwaai en zeg tegen Martha: ‘Het leven gaat weer beginnen.’

Commentaar: Dit was waarschijnlijk op de vaart over de Grote Belt in Denemarken, niet op de pont tussen Kopenhagen en Malmö.

De voorzitter van het Zweedse Rode Kruis, graaf Folke Bernadotte, spreekt ons toe. Ik zal dat nooit vergeten, maar als daarna het Nederlandse volkslied wordt gespeeld zingt niemand mee.

Commentaar: Het was een delegatie van de Nederlandse Ambassade. Folke Bernadotte was in Stockholm. Op 5 mei 1945 had hij daar bezoek van generaal Schellenberg. (Bernadotte was nog vicevoorzitter.)