De receptie van de reddingsoperatie ‘Witte bussen’ en de ongelijke verdeling van roem en eer.

Door een bezigheid met voormalige Nederlandse concentratiekampgevangenen en een sporadisch vrijwilligerswerk op de gedenkplaats Concentratiekamp Neuengamme word ik geconfronteerd met de ongelijke aandacht die de slachtoffers ten deel vallen. Van 193 Nederlandse vrouwen die in München in een buitenkamp van Dachau zaten, kan ik zelfs na 15 jaar intensief onderzoek van ongeveer de helft geen sporen meer vinden. Van ongeveer 25 zijn er gegevens uit de kamptijd en meer gedetailleerde biografische informatie en ongeveer hetzelfde aantal nakomelingen, die zich verschillend intensief met de herinnering aan hun familieleden bevatten. Onlangs liet een kleinzoon van Annie Post, een van de vrouwen in München, van zich horen. We wisten bijna niets over zijn grootmoeder die diep in het verzet zat. Ze kwam na de bevrijding ziek thuis uit de gevangenschap. Bescheiden en teruggetrokken met het verdriet over het verlies van haar man, heeft men haar uit het oog verloren. Haar man, Marinus Post, was tijdens haar gevangenschap gefusilleerd. In de groep van 193 vrouwen waren er ook een of twee die zich weinig terughielden en er zijn nakomelingen die menen dat de biografie van juist hun moeder/schoonmoeder/tante bijzondere aandacht verdient. De bekendheid van voormalige gevangenen gaat niet zelden gepaard met mediale vaardigheden van nakomelingen.  Ik voel me daarom het meest gemotiveerd als bezoekers naar Neuengamme komen, die amper te weten kwamen dat daar een familielid van hun is omgekomen, en we zijn altijd blij als we hun een paar informaties mee kunnen geven of nasturen kunnen.

In de brochure ‘1945 Naar Zweden’ ontbreekt de naam van Izabela A.Dahl in de lijst van de bronnen. Een lector aan de universiteit in Örebro Zweden die verschillende artikelen[ii] heeft geschreven over het onderwerp ‘Witte bussen’. Ik zie de afwezigheid van haar naam in mijn lijst met bronnen als enigszins verontschuldigd, omdat de bijdragen van mevrouw Dahl vooral betrekking hebben op de receptie van de reddingsoperatie, terwijl ik me vooral heb verdiept in het verloop van de operatie. Mijn bronnen waren vooral gegevens over wat er gebeurde tijdens de evacuatie van vrouwen uit Ravensbrück en Hamburg naar Zweden. De evaluatie van het gebeuren heeft echter wel degelijk invloed op de receptie van de reddingsoperatie, die interessant genoeg, met de bevindingen van Izabela Dahl overeenstemt. Ik kom bijvoorbeeld tot de conclusie, dat de omvangrijke eer die Folke Bernadotte toekwam, overdreven schijnt. Izabela Dahl spreekt in dit verband zelfs over het ontstaan van een legende. Een kras staaltje van manipulatie was de manier waarop Felix Kersten, de masseur van Himmler zijn aandeel aan roem opeiste. Nederland heeft hem twee hoge onderscheidingen verleend en hem zelfs voor de Vredesprijs voorgeslagen.

De Zwitserse historicus Thomas Maissen publiceerde een essay[iii] met als ondertitel Aspecten van een vergelijking tussen Zweden en Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het artikel slechts terloops melding maakt van de reddingsoperatie ‘Witte bussen’, verklaart het een en ander over waarom de Zweden veel- en de Zwitsers weinig lof voor de reddingsactie kregen. Al in het begin van het onderzoek bleek dat de Nederlandse vrouwen Ravensbrück niet eens in witte bussen verlieten, maar naar Denemarken voeren in vrachtwagens van de in Genève gevestigde ICRC (Internationale Rode Kruis). De bijdrage aan de reddingsoperatie van alle niet-Zweedse deelnemers blijkt onderbelicht te zijn, maar in de loop van het onderzoek is vooral de onbekendheid met de bijdrage van het Internationale Rode Kruis en de bemoeiingen van Zwitserland opgevallen. Let wel, er is genoeg archiefmateriaal over de hulp die het ICRC bood aan concentratiekamp gevangenen.

Volgens professor Maissen had Zweden na de Tweede Wereldoorlog een betere relatie met de landen van de Westerse Geallieerden dan Zwitserland. In de laatste maanden van de oorlog heroriënteerde Zweden zich ten gunsten van de Westerse geallieerden. Op scholen werd Duits vervangen door Engels als eerste vreemde taal. Een soortgelijke ontwikkeling heeft zich niet voorgedaan in Zwitserland en de goede daden bleven in het buitenland onbekend. Citaat Maisinger: Pas rond 1990 verschijnen de biografieën en rehabilitaties van Louis Haefliger, die tienduizenden mensen van het concentratiekamp Mauthausen redde, de politiecommandant Paul Grüninger, die in 1938 in St.Gallen de geheime grensovergangen van vluchtelingen dekte, de engageerde journalist van de ‘Nation’, Peter Surava. Het meest opvallende contrast toont het latere lot van Carl Lutz en Raoul Wallenberg, die in 1944 samen en op vergelijkbare wijze de levens van tienduizenden Joden in Boedapest hebben gered door het uitstellen van beschermende papieren. Lutz wordt terechtgewezen voor het overschrijden van zijn bevoegdheden, en in Bern is niemand geïnteresseerd in de prestatie van de diplomaat. Stockholm daarentegen declareert de telg van de geenszins anti-Duitse gezinde familie van industriëlen Wallenberg, als humanitaire ambassadeur van Zweden. Einde citaat.

Later, aldus Maizinger, zal het Amerikaanse Holocaust Memorial Museum in Washington het adres ‘Raoul Wallenberg Place 100’ krijgen.

Maizinger’s observaties, die ik pas kortgeleden ontdekte, komen goed overeen met de gevolgtrekkingen uit het hoofdstuk “Het Internationale Kruis” onder “De reddders” in de brochure ‘1945 Naar Zweden 1945’. Daarin is bijvoorbeeld sprake van de weinig succesvolle contacten tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken van Nazi-Duitsland en Zwitserland.

[ii] Dahl, I. A. (2015). Kurz vor Schluss: Die Rettungsaktion ‘Weiße Busse’. In: Paul, Gerhard; Schwensen, Broder, Mai ’45. Kriegsende in Flensburg (pp. 32-41). Flensburg: Gesellschaft für Flensburger Stadtgeschichte eV.

Dahl, I. A. (2012). Rezeption der Aktion “Weiße Busse” in Deutschland. In: Oliver von Wrochem, Skandinavien im Zweiten Weltkrieg und die Rettungsaktion Weiße Busse: Ereignisse und Erinnerung (pp. 182-198). Berlin: Metropol Verlag.

Dahl, I. A. (2008). Die “Weißen Busse” und Folke Bernadotte: Zur Rezeption der Hilfsaktion in Deutschland und Skandinavien. In: Wolfgang Benz & Barbara Distel, KZ und Nachwelt: Dachauer Hefte.

[iii] Vom Umgang mit Deutschland – und mit der eigenen Geschichte. Aspekte eines Vergleichs zwischen Schweden und der Schweiz während des Zweiten Weltkriegs, in: Eva Lindgren/Renate Walder (Hg.), Schweden, die Schweiz und der Zweite Weltkrieg. Beiträge zum interdis-ziplinären Symposium des Zentrums für Schweizerstudien an der Universität Örebro, 30.09.-02.10.1999, Bern et al. 2001, S. 11-31.

Avatar

Auteur: jansvano

Born 1937 in Amsterdam. Living in Germany near Hamburg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *